Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
miljoenennota, prinsjesdag

Miljoenennota 2018: een aantal belangrijke zaken op een rij

11-10-2017

Het gaat boven verwachting goed met de ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Zo loopt het begrotingsoverschot dat in 2016 is bereikt volgend jaar verder op en de overheidsschuld daalt volgend jaar. Dit staat in de Miljoenennota 2018, die minister Dijsselbloem aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

 

De groei van de Nederlandse economie bedraagt 3,3% in 2017 en groeit volgens het Centraal Planbureau (CPB) met 2,5% in 2018. We geven meer geld uit en exporteren meer producten naar het buitenland. Ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zijn positiever dan eerder werd voorspeld. De werkloosheid daalt snel doordat het aantal banen toeneemt.

 

Hieronder een aantal belangrijke zaken op een rij van de verschillende maatregelen in de Miljoenennota, begrotingen van ministeries en belastingplannen*:

 

Minimumloon voor opdrachtnemers

Vanaf 1 januari 2018 wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Deze wet gaat ook gelden voor opdrachtnemers die als gevolg van een overeenkomst van opdracht (ovo) arbeid verrichten, maar dit niet doen als ondernemer. De Eerste Kamer heeft verzocht dit ook te regelen voor opdrachtnemers die werken op basis van een ovo. Ook aanneem-, uitgeef- en vervoersovereenkomsten gaan onder deze nieuwe regeling vallen. Het ontwerpbesluit dat dit beoogt te regelen, is voor advies naar de Raad van State verzonden. De beoogde inwerkingtreding van het besluit is ook op 1 januari 2018.

 

Minimumjeugdloon

Om beter aan te sluiten bij veranderende sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen en bij wat internationaal gangbaar is, is het wettelijk minimumjeugdloon verhoogd. Dit gebeurt in stappen. Vanaf 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar reeds recht op het volledige wettelijk minimumloon. Ook voor werknemers tussen 18 en 21 jaar ging het loon omhoog. Twee jaar later, vanaf 1 juli 2019, krijgen werknemers vanaf 21 jaar recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18,19 en 20 jaar verder omhoog. Om bedrijven te stimuleren meer jongeren aan te nemen, kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar: het jeugd-LIV (lageinkomensvoordeel). Deze tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. Voor werknemers van 22 jaar kunnen werkgevers een tegemoetkoming krijgen via het LIV.

 

Nieuwe regels stukloon en meerwerk

De regels voor het betalen van stukloon worden per 1 januari 2018 aangepast. Betalen op basis van stukloon blijft mogelijk, maar u moet wel minimaal het wettelijk minimumloon per daadwerkelijk gewerkt uur betalen. Ook de regels voor meerwerk veranderen. Verricht uw werknemer langer arbeid dan de normale arbeidsduur, dan hoort hij ook voor deze extra uren gemiddeld minstens het minimumloon te verdienen.

 

Loonkostenvoordeel

Met ingang van 2018 worden er vier loonkostenvoordelen (LKV’s) voor werkgevers ingevoerd. Dit zijn tegemoetkomingen wanneer een werkgever een uitkeringsgerechtigde oudere in dienst neemt of iemand met een arbeidsbeperking. In de aangifte loonheffingen kan, mits voldaan aan de voorwaarden, werkgever een verzoek doen voor de volgende tegemoetkomingen:

 

  • LKV oudere werknemer
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer
  • LKV doelgroep Banenafspraak en scholingsbelemmerden
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

 

De loonkostenvoordelen vervangen de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen en vervalt dus definitief per 1 januari 2018.

 

Verhoging AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd

Per 1 januari 2018 stijgt de AOW-leeftijd naar 66 jaar om daarna in jaarlijkse stappen te stijgen tot 67 jaar en 3 maanden in 2022. Naast de AOW-leeftijd gaat ook de pensioenrichtleeftijd omhoog. Deze rekenleeftijd is gekoppeld aan de ontwikkeling van de AOW-leeftijd en wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw. In 2018 gaat deze omhoog naar 68 jaar.

 

*Het is mogelijk dat een regeerakkoord nog zaken zal wijzigen in deze voornemens.

 

Bron: ABU, Rijksoverheid

Deel dit artikel