Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.

Vakantiegeld: hoeveel krijgen we?

14-4-2016

Bent u in loondienst of ontvangt u een uitkering, dan krijgt u elk jaar in mei of juni vakantiegeld. Dit bedrag is in de meeste gevallen 8% van het bruto salaris dat u heeft verdiend in de periode 1 juni van het voorgaande jaar tot 1 juni van het huidige jaar. De Belastingdienst heft hierover inkomstenbelasting, net als over al het andere inkomen. Voor vakantiegeld geldt echter een ‘bijzonder tarief’.

 

Belastingtarief vakantiegeld

De Belastingdienst belast het vakantiegeld, net als alle andere bijzondere beloningen zoals een eindejaarsbonus en overwerk, op een andere manier dan uw ‘gewone maandelijkse loon’. De Belastingdienst noemt de belasting over deze vormen van inkomen het ‘bijzonder tarief’. Er zijn twee zaken die de belasting op vakantiegeld bijzonder maken ten opzichte van de belasting op ‘gewoon loon’:

 

  • Het progressieve belastingstelsel
  • Loonheffingskorting

 

Belastingstelsel

Nederland kent een progressief belastingstelsel met vier belastingschijven: hoe meer u verdient, hoe hoger het belastingtarief. Op het moment dat uw werkgever loon betaalt, valt een deel van het inkomen in de laagste schijf, een deel in de tweede schijf en eventueel een deel in de derde of vierde schijf. Hier houdt de Belastingdienst elke maand rekening mee. In 2016 gelden er voor bijzondere betalingen zoals het vakantiegeld afwijkende belastingtarieven. De Belastingdienst hanteert een 'verrekeningspercentage'. Voor lagere inkomens geldt dat er naar verhouding met voorgaande jaren hierdoor minder belasting wordt ingehouden op het vakantiegeld. Voor hogere inkomens wordt het vakantiegeld zwaarder belast. Zie de volledige tabel met belastingschijven en verrekeningspercentages van de Belastingdienst hier.

 

Voorbeeld vakantiegeld berekenen

Stel dat u maandelijks 2.000 euro bruto verdient. Hierover bouwt u iedere maand 8% oftewel 160 euro aan vakantiegeld op. Uw bruto vakantiegeld komt dan op jaarbasis uit op (12 x 160 euro) 1.920 euro. Uw totale bruto jaarinkomen (bruto jaarsalaris plus bruto vakantiegeld) bedraagt dan 25.920 euro.

 

  • Over inkomen t/m 19.922 euro betaalt u 36,55% belasting;
  • Over inkomen van 19.923 euro t/m 33.715 euro betaalt u 40,4% belasting;
  • Over inkomen van 33.716 euro t/m 66.421 euro betaalt u 40,4% belasting;
  • Over inkomen boven 66.422 euro betaalt u 52% belasting.

Met een bruto jaarinkomen van 25.920 euro komt u boven het belastingtarief van 36,55% (t/m 19.922 euro) maar blijft u binnen het belastingtarief van 40,4% (t/m 66.421 euro).

 

Zoals eerder aangegeven hanteert de Belastingdienst in 2016 een verrekeningspercentage. In de tabel is te zien dat bij een jaarloon van 25.920 euro het verrekeningspercentage +4,82% betreft.

 

Over het bruto vakantiegeld van 1.920 euro moet u dus 45,22% (40,4% + 4,82%) belasting betalen. U houdt dan 1.051,77 euro over.

 

Loonheffing

Daarnaast heeft u recht op loonheffingskortingen, waardoor u minder belasting over uw loon betaalt. De Belastingdienst verrekent deze kortingen elke maand met uw loon, maar doet dat niet met uw vakantiegeld. Hierdoor lijkt het alsof u over uw vakantiegeld meer belasting betaalt dan over uw loon.

 

Bron: Belastingdienst.nl, april 2016

Deel dit artikel